Blog

Waar bevindt werkdruk zich eigenlijk?

Een tijd geleden viel me op dat de start van een gesprek met kennissen en vrienden vaak hetzelfde verliep.
De ander of ik stelt de volgende vraag: “Hoe is het? Druk? “ (huh, waarom voegen we dat laatste woord toe?)
Dan is het antwoord eigenlijk altijd: “ja.” En wordt er uitgebreid uitgewisseld waar dat ‘druk’ dan allemaal uit bestaat en wat die ‘anderen’ toch allemaal voor onrealistische verwachtingen en wensen hebben waar we aan moeten voldoen.


Heel vervelend allemaal.
Ik besloot toen een tijdje een ander antwoord te geven. Op de vraag: “En, hoe is het? Druk?”, antwoordde ik: “Nee, druk heb ik het niet. “
Het gesprek viel even stil!!
Dan werd er vanaf de andere kant iets verteld en kwam er een nieuw onderwerp aan bod. Wat ik wel deed en hoe mijn werk of andere bezigheden verliepen, kwam niet aan bod.
Bij mij gebeurde er twee interessante dingen:
-Ik vond het niet leuk dat ik niet verder werd uitgenodigd te vertellen waar ik mee bezig was. Het voelde of het niet meer interessant was wat ik deed. Ik merkte bij mezelf dat ik (en blijkbaar soms ook mijn gesprekspartners) druk synoniem maakte aan interessant/goed bezig.
-Tegelijkertijd merkte ik dat ik me ook daadwerkelijk minder druk voelde!! In die tijd leek een dag wel langer te duren dan normaal waardoor er meer rust in kwam.

Het is lastig objectief meten of ik in die tijd ook echt minder te doen had of dat ik mijn dagelijkse bezigheden daadwerkelijk anders ervoer omdat ik er op een andere manier naar keek.
En dat bracht me bij de gedachte waar die gevoelde werkdruk nu eigenlijk plaatsvindt. In of buiten mijn hoofd? Het is natuurlijk niet alleen het 1 of alleen het ander, maar blijkbaar heeft hoe ik erover praat en denk veel meer invloed dan ik wist.
Wat is drukte, wat is werkdruk? Een aantal taken die je moet doen die omvangrijk zijn, of moeilijk zijn, of waarvan je er veel hebt. En zodanig dat je het idee hebt dat je flink door moet werken wil je het af krijgen. Of waarvan je denkt dat je het niet af kunt krijgen binnen de tijd die ervoor is.
Maar uiteindelijk zijn het gewoon taken die je 1 voor 1 kunt en moet doen. Niet meer en niet minder. Als ik het zo ervaar, daalt de spanning. Dan komen gedachten als “morgen weer een dag.”
Het lijkt dat ik realistischer naar mijn taken kan kijken als ik het woord (werk)druk er vanaf haal.

Waar wil ik nu als eerste mijn aandacht aan geven? Waar wil ik mijn aandacht niet aan geven? Is het haalbaar wat ik aan werk voor me heb liggen? Wat kan ik voor acties ondernemen wanneer ik denk dat het niet haalbaar is?
Mijn eigen houding lijkt het allerbelangrijkste: kalm maar gestaag en zorgvuldig je taken een voor een afhandelen. Ja, en dan heb ik het niet meer druk, dan ben ik aan het werk. En ervaar weer plezier in dat werk. En als mijn taken dan nog steeds te omvangrijk blijken, dan is het tijd voor gesprek. Om te bespreken wat realistisch en haalbaar is en wat niet.
Op dit moment lijk ik dit tussenstuk weer vergeten. Ik zeg weer “druk, druk” . Ik mag tegen anderen weer helemaal uitweiden over wat er allemaal speelt, maar voel ook de spanning in mijn lijf en in mijn hoofd.
Het wordt hoog tijd dat ik weer begin met: “Nee, ik heb het niet druk”
Zodat ik mijn eigen werkdruk weer om kan buigen in werkplezier..

April 2016